In Ontwikkeling

Dit platform wordt momenteel actief gebouwd en getest. Sommige functies zijn nog in ontwikkeling.

0d
Dashboard
22 Alle Termen

Koeltechnisch Woordenboek & Vaktermen

Essentiële definities, formules en vaktermen voor het examen koeltechniek.

22 resultaten gevonden
Milieu & Wetgeving

GWP-waarde (Global Warming Potential)

Aardopwarmingsvermogen van een gas ten opzichte van koolstofdioxide (CO₂).

De GWP-waarde drukt uit hoeveel sterker een koudemiddel bijdraagt aan het broeikaseffect vergeleken met dezelfde massa CO₂ over een periode van 100 jaar. De GWP van CO₂ is vastgesteld op 1. Een koudemiddel zoals R404A heeft een GWP van 3922, wat betekent dat 1 kg R404A even schadelijk is als 3922 kg CO₂.

CO₂-equivalent (ton) = (Massa in kg / 1000) × GWP
Examentip:De Europese F-gassenverordening baseert alle verplichtingen (lektestfrequentie, quota, uitfasering) op ton CO₂-equivalent en niet op het aantal kilogram.
Milieu & Wetgeving

Ton CO₂-equivalent

De maatstaf voor de milieu-impact van een gefluoreerd broeikasgas.

Het ton CO₂-equivalent geeft de hoeveelheid broeikasgassen weer uitgedrukt in het equivalente effect van tonnen kooldioxide. Dit getal bepaalt wettelijk hoe vaak een installatie op lekkage moet worden gecontroleerd.

Ton CO₂-eq = (kg koudemiddel / 1000) × GWP
Examentip:Grenzen lekcontrole: 5 tot 50 ton (jaarlijks), 50 tot 500 ton (halfjaarlijks), > 500 ton (driemaandelijks). Met vast lekdetectiesysteem wordt de periode verdubbeld.
Milieu & Wetgeving

ODP (Ozone Depletion Potential)

Ozonafbrekend vermogen van een chemische stof ten opzichte van R11.

ODP meet de mate waarin een koudemiddel de stratosferische ozonlaag kan aantasten, vergeleken met trichloorfluormethaan (R11, waarvan de ODP = 1). Chloorhoudende gassen zoals CFK's en HCFK's (bijv. R22) hebben een hoge ODP en zijn daarom verboden. Moderne HFK's en natuurlijke koudemiddelen hebben een ODP van 0.

Examentip:HFK's (zoals R134a, R32, R410A) tasten de ozonlaag NIET aan (ODP = 0), maar zijn wel krachtige broeikasgassen (hoge GWP).
Thermodynamica & Cyclus

Oververhitting (Superheat)

Het aantal graden dat damp warmer is dan zijn verzadigde kooktemperatuur.

Oververhitting vindt plaats aan het einde van de verdamper en in de zuigleiding. Het is het verschil tussen de werkelijke gemeten zuiggastemperatuur op de leiding en de verzadigde verdampingstemperatuur (afgelezen op de manometer bij de heersende zuigdruk).

Oververhitting = T_zuigleiding (werkelijk) - T_verdamping (manometer)
Examentip:Cruciaal doel: Garanderen dat er 100% droge damp naar de compressor stroomt om desastreuze vloeistofslag te voorkomen. Typische instelling TEV: 4 tot 8 K.
Thermodynamica & Cyclus

Onderkoeling (Subcooling)

Het aantal graden dat vloeistof koeler is dan zijn verzadigde condensatietemperatuur.

Onderkoeling vindt plaats aan het einde van de condensor en in de vloeistofleiding. Het is het verschil tussen de verzadigde condensatietemperatuur (afgelezen op de hogedrukmanometer) en de werkelijke leidingtemperatuur vóór het expansieorgaan.

Onderkoeling = T_condensatie (manometer) - T_vloeistofleiding (werkelijk)
Examentip:Voorkomt flashgas (dampbellen) in de vloeistofleiding en verhoogt het specifieke koelvermogen. Typische waarde: 2 tot 5 K.
Thermodynamica & Cyclus

Glide (Temperatuurverschuiving)

Het temperatuurverschil tussen kookpunt (bubble point) en dauwpunt (dew point) bij zeotrope mengsels.

Bij zeotrope koudemiddelmengsels (de R400-reeks, zoals R407C) verdampen en condenseren de samenstellende componenten bij verschillende temperaturen bij een constante druk. De faseovergang gebeurt over een temperatuurtraject in plaats van bij één vaste temperatuur.

Examentip:Koudemiddelen met een temperatuurglide (R4xx) moeten ALTIJD in de VLOEISTOFFASE gevuld worden om ontmenging (fractionering) te voorkomen.
Koudemiddelen & Oliën

Azeotroop Mengsel (R500-reeks)

Een mengsel van koudemiddelen dat zich gedraagt als een zuivere enkelvoudige stof.

Bij azeotrope mengsels (zoals R507) is de dampsamenstelling exact gelijk aan de vloeistofsamenstelling bij koken en condenseren. Er treedt géén temperatuurverschuiving (glide = 0 K) of ontmenging op.

Examentip:R507 gedraagt zich als één zuivere stof, in tegenstelling tot het zeotrope mengsel R404A dat een lichte glide vertoont.
Metingen & Procedures

Vacuümzuigen (Evacuatie)

Het verwijderen van lucht, niet-condenseerbare gassen en vocht met een vacuümpomp.

Door de druk in het koelcircuit extreem te verlagen (onder de dampspanning van water, < 270 Pa / 2 mbar), verdampt (kookt) achtergebleven vloeibaar vocht bij kamertemperatuur en wordt het door de vacuümpomp afgezogen.

Examentip:Vocht in combinatie met synthetische olie (POE) vormt zuren (hydrolyse), wat leidt tot isolatiedoorbraak en een motor burn-out. Daarom is grondig vacuümtrekken verplicht.
Componenten & Werking

Compressor Burn-out

Het doorbranden van de elektrische wikkelingen van de compressormotor.

Veroorzaakt door oververhitting, vocht in de installatie of zuurvorming. Bij een burn-out ontbindt het koudemiddel en de olie in agressieve zuren, roet en verbrandingsslib.

Examentip:Procedure na burn-out: Plaats een tijdelijke zuurfilter (burn-out droger) en vervang de olie 'zo vaak als nodig is totdat alle sporen van zuur verdwenen zijn' volgens een officiële zuurtest.
Componenten & Werking

Carterverwarming

Elektrisch verwarmingselement dat de compressorolie op temperatuur houdt tijdens stilstand.

Koudemiddel heeft de eigenschap om bij stilstand te migreren naar het koudste punt en op te lossen in de smeerolie in het carter. Als de compressor start, daalt de druk plotseling, waardoor het koudemiddel hevig gaat koken ('koud koken') en de olie wegblaast uit het carter.

Examentip:Carterverwarming voorkomt koudemiddelmigratie en schuimvorming/oliestroop bij de start van de compressor.
Componenten & Werking

Thermostatisch Expansieventiel (TEV / TXV)

Regelorgaan dat de vloeistoftoevoer naar de verdamper doseert op basis van oververhitting.

Het ventiel verlaagt de druk van condensor- naar verdamperdruk en regelt continu het debiet zodat de verdamper maximaal gevuld is met kokend koudemiddel, met behoud van een veilige ingestelde oververhitting aan de uitgang.

Examentip:Bij verdampers met een grote interne drukval (of verdeelkop) is een TEV met EXTERNE drukegalisatie verplicht.
Metingen & Procedures

Retourcilinder (Recuperatiefles)

Speciale cilinder voor het opvangen en transporteren van afgezogen afvalkoudemiddel.

Gekeurde drukcilinder uitgerust met twee afsluiters (één voor de gasfase en één met een stijgbuis voor de vloeistoffase).

Examentip:Mag maximaal tot 80% van het volume gevuld worden met vloeibaar koudemiddel om voldoende uitzettingsruimte te behouden bij temperatuurstijging.
Metingen & Procedures

Droge Stikstof (OFN - Oxygen Free Nitrogen)

Inert gas dat gebruikt wordt voor druktesten, afpersen en beschermgas tijdens solderen.

Droge stikstof bevat geen zuurstof en geen vocht. Tijdens het hardsolderen voorkomt een lichte stikstofstroom in de koperbuis inwendige oxidatie (koperslag/roet).

Examentip:Drukbeproeving met zuurstof is LEVENSGEVAARLIJK en ten strengste verboden wegens direct ontploffingsgevaar bij contact met olie.
Componenten & Werking

Veiligheidsklep (Overdrukbeveiliging)

Veiligheidsinrichting die automatisch opent bij het overschrijden van de maximale werkdruk (PS).

Voorkomt het scheuren of ontploffen van drukvaten (zoals vloeistofvaten of condensors). Zodra de druk daalt tot onder de insteldruk, sluit de klep weer automatisch.

Examentip:Afblaasleidingen van veiligheidskleppen moeten zonder afsluiters rechtstreeks naar een veilige buitenruimte worden geleid (EN 378).
Milieu & Wetgeving

Certificaat Categorie 1 (Koeltechnicus)

Het meest uitgebreide Europese vakbekwaamheidscertificaat voor koeltechnici.

Biedt de houder de volledige bevoegdheid om alle werkzaamheden (installatie, inbedrijfstelling, onderhoud, reparatie, lektesten en terugwinning) uit te voeren aan alle stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompinstallaties ongeacht de koudemiddelinhoud.

Examentip:Categorie 1 kent géén beperking op de vulhoeveelheid (ton CO₂-eq of kg), in tegenstelling tot Categorie 2, 3 en 4.
Componenten & Werking

Pt1000 Temperatuurvoeler

Elektronische weerstandssensor van platina voor nauwkeurige temperatuurmeting.

Pt staat voor het edelmetaal Platina. Het getal 1000 geeft aan dat de elektrische weerstand van de sensor exact 1000 Ohm bedraagt bij een temperatuur van 0 °C. Het is een PTC-element (weerstand stijgt bij stijgende temperatuur).

Examentip:Pt = Platina, 1000 = 1000 Ω bij 0 °C (bij Pt100 is dit 100 Ω bij 0 °C).
Thermodynamica & Cyclus

Pump-Down Schakeling

Regeling waarbij het koudemiddel bij uitschakeling leeggepompt wordt in de condensor/vloeistofvat.

Wanneer de thermostaat afslaat, sluit eerst de magneetafsluiter in de vloeistofleiding. De compressor blijft draaien totdat de lagedrukpressostaat afschakelt. Hierdoor is de verdamper en zuigleiding volledig leeg.

Examentip:Voorkomt koudemiddelophoping in de verdamper tijdens stilstand en voorkomt overmatige drukopbouw tijdens elektrisch ontdooien.
Thermodynamica & Cyclus

Flashgas

Voortijdige dampbellen in de vloeistofleiding vóór het expansieorgaan.

Ontstaat wanneer de druk in de vloeistofleiding daalt (door leidingweerstand, filtervervuiling of grote stijghoogte) tot onder de verzadigingsdruk, waardoor de vloeistof begint te koken vóór het expansieventiel.

Examentip:Flashgas verlaagt de capaciteit van het expansieventiel drastisch en wordt voorkomen door voldoende ONDERKOELING.
Koudemiddelen & Oliën

R717 (Ammoniak / NH₃)

Natuurlijk koudemiddel met uitmuntend thermodynamisch rendement.

Ammoniak heeft een ODP van 0 en een GWP van 0. Het is echter giftig en licht ontvlambaar (veiligheidsklasse B2L). Het tast koper en koperlegeringen chemisch aan, waardoor uitsluitend stalen leidingen gebruikt mogen worden.

Examentip:Ammoniak mag NOOIT gebruikt worden in combinatie met koperen leidingen of appendages.
Koudemiddelen & Oliën

R744 (Kooldioxide / CO₂)

Natuurlijk koudemiddel met zeer lage milieu-impact (GWP = 1).

Kooldioxide is onbrandbaar en niet giftig (veiligheidsklasse A1, ODP = 0, GWP = 1). Het werkt bij zeer hoge werkdrukken (tot > 120 bar) en heeft een laag kritisch punt (31,1 °C), waardoor het vaak 'transkritisch' functioneert.

Examentip:Bij CO₂-installaties zijn speciale dikwandige leidingen en hogedrukappendages vereist.
Koudemiddelen & Oliën

R290 (Propaan)

Natuurlijk koolwaterstof-koudemiddel (GWP = 3).

Propaan heeft uitstekende thermodynamische eigenschappen en een uiterst lage GWP van 3. Het valt onder veiligheidsklasse A3 (ontvlambaar), waardoor strenge vullimieten en ATEX-veiligheidseisen gelden.

Examentip:Brandbaar koudemiddel (klasse A3): uitsluitend vonkvrije elektrische componenten gebruiken en ventilatievoorschriften naleven.
Milieu & Wetgeving

Milieulogboek (Installatielogboek)

Wettelijk verplicht register voor koelinstallaties met periodieke lekcontroleplicht.

Bevat alle gegevens over: type en hoeveelheid koudemiddel, bijgevulde volumes, gerecupereerde volumes, data en resultaten van lekcontroles, en de naam en het certificaatnummer van de uitvoerende technicus.

Examentip:Logboekgegevens moeten verplicht minimaal 5 JAAR bewaard worden door zowel de eigenaar/exploitant als het gecertificeerde koeltechnische bedrijf.