Koeltechnisch Woordenboek & Vaktermen
Essentiële definities, formules en vaktermen voor het examen koeltechniek.
GWP-waarde (Global Warming Potential)
De GWP-waarde drukt uit hoeveel sterker een koudemiddel bijdraagt aan het broeikaseffect vergeleken met dezelfde massa CO₂ over een periode van 100 jaar. De GWP van CO₂ is vastgesteld op 1. Een koudemiddel zoals R404A heeft een GWP van 3922, wat betekent dat 1 kg R404A even schadelijk is als 3922 kg CO₂.
Ton CO₂-equivalent
Het ton CO₂-equivalent geeft de hoeveelheid broeikasgassen weer uitgedrukt in het equivalente effect van tonnen kooldioxide. Dit getal bepaalt wettelijk hoe vaak een installatie op lekkage moet worden gecontroleerd.
ODP (Ozone Depletion Potential)
ODP meet de mate waarin een koudemiddel de stratosferische ozonlaag kan aantasten, vergeleken met trichloorfluormethaan (R11, waarvan de ODP = 1). Chloorhoudende gassen zoals CFK's en HCFK's (bijv. R22) hebben een hoge ODP en zijn daarom verboden. Moderne HFK's en natuurlijke koudemiddelen hebben een ODP van 0.
Oververhitting (Superheat)
Oververhitting vindt plaats aan het einde van de verdamper en in de zuigleiding. Het is het verschil tussen de werkelijke gemeten zuiggastemperatuur op de leiding en de verzadigde verdampingstemperatuur (afgelezen op de manometer bij de heersende zuigdruk).
Onderkoeling (Subcooling)
Onderkoeling vindt plaats aan het einde van de condensor en in de vloeistofleiding. Het is het verschil tussen de verzadigde condensatietemperatuur (afgelezen op de hogedrukmanometer) en de werkelijke leidingtemperatuur vóór het expansieorgaan.
Glide (Temperatuurverschuiving)
Bij zeotrope koudemiddelmengsels (de R400-reeks, zoals R407C) verdampen en condenseren de samenstellende componenten bij verschillende temperaturen bij een constante druk. De faseovergang gebeurt over een temperatuurtraject in plaats van bij één vaste temperatuur.
Azeotroop Mengsel (R500-reeks)
Bij azeotrope mengsels (zoals R507) is de dampsamenstelling exact gelijk aan de vloeistofsamenstelling bij koken en condenseren. Er treedt géén temperatuurverschuiving (glide = 0 K) of ontmenging op.
Vacuümzuigen (Evacuatie)
Door de druk in het koelcircuit extreem te verlagen (onder de dampspanning van water, < 270 Pa / 2 mbar), verdampt (kookt) achtergebleven vloeibaar vocht bij kamertemperatuur en wordt het door de vacuümpomp afgezogen.
Compressor Burn-out
Veroorzaakt door oververhitting, vocht in de installatie of zuurvorming. Bij een burn-out ontbindt het koudemiddel en de olie in agressieve zuren, roet en verbrandingsslib.
Carterverwarming
Koudemiddel heeft de eigenschap om bij stilstand te migreren naar het koudste punt en op te lossen in de smeerolie in het carter. Als de compressor start, daalt de druk plotseling, waardoor het koudemiddel hevig gaat koken ('koud koken') en de olie wegblaast uit het carter.
Thermostatisch Expansieventiel (TEV / TXV)
Het ventiel verlaagt de druk van condensor- naar verdamperdruk en regelt continu het debiet zodat de verdamper maximaal gevuld is met kokend koudemiddel, met behoud van een veilige ingestelde oververhitting aan de uitgang.
Retourcilinder (Recuperatiefles)
Gekeurde drukcilinder uitgerust met twee afsluiters (één voor de gasfase en één met een stijgbuis voor de vloeistoffase).
Droge Stikstof (OFN - Oxygen Free Nitrogen)
Droge stikstof bevat geen zuurstof en geen vocht. Tijdens het hardsolderen voorkomt een lichte stikstofstroom in de koperbuis inwendige oxidatie (koperslag/roet).
Veiligheidsklep (Overdrukbeveiliging)
Voorkomt het scheuren of ontploffen van drukvaten (zoals vloeistofvaten of condensors). Zodra de druk daalt tot onder de insteldruk, sluit de klep weer automatisch.
Certificaat Categorie 1 (Koeltechnicus)
Biedt de houder de volledige bevoegdheid om alle werkzaamheden (installatie, inbedrijfstelling, onderhoud, reparatie, lektesten en terugwinning) uit te voeren aan alle stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompinstallaties ongeacht de koudemiddelinhoud.
Pt1000 Temperatuurvoeler
Pt staat voor het edelmetaal Platina. Het getal 1000 geeft aan dat de elektrische weerstand van de sensor exact 1000 Ohm bedraagt bij een temperatuur van 0 °C. Het is een PTC-element (weerstand stijgt bij stijgende temperatuur).
Pump-Down Schakeling
Wanneer de thermostaat afslaat, sluit eerst de magneetafsluiter in de vloeistofleiding. De compressor blijft draaien totdat de lagedrukpressostaat afschakelt. Hierdoor is de verdamper en zuigleiding volledig leeg.
Flashgas
Ontstaat wanneer de druk in de vloeistofleiding daalt (door leidingweerstand, filtervervuiling of grote stijghoogte) tot onder de verzadigingsdruk, waardoor de vloeistof begint te koken vóór het expansieventiel.
R717 (Ammoniak / NH₃)
Ammoniak heeft een ODP van 0 en een GWP van 0. Het is echter giftig en licht ontvlambaar (veiligheidsklasse B2L). Het tast koper en koperlegeringen chemisch aan, waardoor uitsluitend stalen leidingen gebruikt mogen worden.
R744 (Kooldioxide / CO₂)
Kooldioxide is onbrandbaar en niet giftig (veiligheidsklasse A1, ODP = 0, GWP = 1). Het werkt bij zeer hoge werkdrukken (tot > 120 bar) en heeft een laag kritisch punt (31,1 °C), waardoor het vaak 'transkritisch' functioneert.
R290 (Propaan)
Propaan heeft uitstekende thermodynamische eigenschappen en een uiterst lage GWP van 3. Het valt onder veiligheidsklasse A3 (ontvlambaar), waardoor strenge vullimieten en ATEX-veiligheidseisen gelden.
Milieulogboek (Installatielogboek)
Bevat alle gegevens over: type en hoeveelheid koudemiddel, bijgevulde volumes, gerecupereerde volumes, data en resultaten van lekcontroles, en de naam en het certificaatnummer van de uitvoerende technicus.