Carterdrukbegrenzer (Startdrukregelaar / KVL / CPR)
Direct-werkend mechanisch drukregelventiel in de zuigleiding dat de zuigdruk in het compressorcarter begrenst tot een veilige maximumwaarde om de elektromotor te beschermen tegen overbelasting.
Diepgaande Toelichting & Werking
De (Crankcase Pressure Regulator of ; zoals de Danfoss -serie) sluit bij stijgende uitlaatdruk (richting compressor). Koudemiddeldamp heeft bij een hoge druk en temperatuur een aanzienlijk grotere dichtheid (ρ in kg/m³). Omdat een compressor met een constant slagvolume werkt (V̇ in m³/h), leidt een te hoge tot een buitensporig groot massadebiet (ṁ = V̇ · ρ). Het benodigde asvermogen en de stroomopname van de motor zijn recht evenredig met dit massadebiet (P = ṁ · Δh). Zonder begrenzer stijgt de stroomsterkte ver boven de nominale motorstroom (I > I_nom), met risico op uitschakeling of een fatale .
Montage vindt plaats in de zuigleiding vlak voor de compressor (bij voorkeur vóór een ).
In normaal regime staat het ventiel 100% open met minimale drukval (< 0,1-0,2 bar).
ṁ = V̇ · ρ en P_as = ṁ · Δh
Een carterdrukbegrenzer (KVL) reageert op en sluit bij STIJGENDE UITLAATDRUK (beschermt de compressormotor). Verwar dit nooit met een verdamperdrukregelaar (KVP), die sluit bij DALENDE INLAATDRUK (beschermt het te koelen product). Een MOP-expansieventiel knijpt de vloeistoftoevoer vóór de verdamper af, terwijl de KVL de effectieve gasdruk direct voor het carter smoort.
Doorsnede en werking van de KVL carterdrukbegrenzer: Beveiligt de compressormotor tegen overbelasting na ontdooiing door de uitlaatdruk te smoren.